Route & vergunningplicht · 7 min leestijd · oktober 2026

Principeverzoek: wanneer heb je het nodig en wat dien je in?

Met een principeverzoek vraag je de gemeente vooraf of ze aan je bouwplan wil meewerken. Dat bespaart een volledige aanvraag met tekeningen en leges voor een plan dat toch niet doorgaat. Maar lang niet elk plan heeft er een nodig. Hier lees je wanneer het zin heeft, wat erin hoort en welke drie vragen je eerst zelf beantwoordt.

Het korte antwoord

Een principeverzoek heeft vooral zin als je plan niet past in het omgevingsplan en de gemeente ervan moet afwijken. Is het plan vergunningsvrij, dan hoef je niets in te dienen. Past het binnen de regels, dan kun je meestal direct de vergunning aanvragen. Leg in het verzoek uit welke regel het plan in de weg staat en waarom afwijken hier aanvaardbaar is.

Wat een principeverzoek is

Een principeverzoek is een vraag aan de gemeente of ze in principe bereid is mee te werken aan een plan. Je dient een globaal uitgewerkt plan in en krijgt een eerste oordeel terug, voordat je een architect alles laat uittekenen en leges betaalt voor een volledige aanvraag.

Het principeverzoek staat niet in de Omgevingswet. Elke gemeente regelt het zelf en de namen verschillen: principeverzoek, vooroverleg, omgevingsoverleg, schetsplan of conceptverzoek. In het Omgevingsloket heten de twee varianten conceptverzoek en Verken uw idee. Of ze open staan, bepaalt de gemeente. Volgens het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) heeft een conceptverzoek “geen juridische status en is geen onderdeel van de wettelijke procedure”.

  • Bij een conceptverzoek lever je zoveel mogelijk informatie aan, vaak om een aanvraag te laten nalopen voordat je hem definitief indient. Je kunt een ingediend conceptverzoek niet aanvullen, wel opnieuw indienen.
  • Met Verken uw idee bespreek je een idee in een vroeger stadium. Je beschrijft het in grote lijnen en tekeningen zijn optioneel. Deze functie staat standaard uit; de gemeente moet hem zelf aanzetten.
  • Veel gemeenten hebben daarnaast een eigen formulier of portaal voor principeverzoeken. Kijk op de site van je gemeente welke route ze gebruikt.

Eerst drie vragen

De meeste principeverzoeken over een aanbouw, bijgebouw of verbouwing gaan in de kern over één vraag: mag dit hier? Een deel van het antwoord kun je zelf vinden voordat je iets indient. Doe je dat niet, dan betaal je soms leges om te horen dat er geen vergunning nodig was, of krijg je een vraag terug die je zelf al had kunnen beantwoorden.

Vraag 1

Is het plan vergunningsvrij?

Ja: geen aanvraag en geen principeverzoek nodig.

Vergunningscheck: art. 22.36 en 22.27 op het adres

Vraag 2

Past het in de regels van het omgevingsplan?

Ja: je kunt de vergunning direct aanvragen. Een principeverzoek is dan hooguit nodig bij twijfel over een open norm.

Beleidsassistent: toetst het plan per regel, met het artikel erbij

Vraag 3

Welke regel staat het plan in de weg?

Die regel, en waarom afwijken hier aanvaardbaar is, vormen de kern van het verzoek.

Beleidsassistent: noemt het conflictpunt en de bron

Dan pas

Principeverzoek indienen

Omschrijving, onderbouwing en een situatietekening van bestaande en nieuwe situatie

Situatietekening-tool: kadastrale grenzen, bestaande gebouwen en het nieuwe bouwwerk op schaal

Een principeverzoek staat niet in de Omgevingswet. Of je het kunt indienen, onder welke naam en tegen welke kosten, bepaalt de gemeente.

1. Is het plan vergunningsvrij?

Een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied, zoals een aanbouw, schuur of overkapping, kan zonder vergunning als het voldoet aan art. 22.27 en 22.36 van de bruidsschat in het omgevingsplan. Dan is een principeverzoek overbodig. Hoe die regels werken, lees je in art. 22.36 uitgelegd.

2. Past het in het omgevingsplan?

Is er wel een vergunning nodig, kijk dan of het plan past in de regels die op het perceel gelden. Voor de meeste adressen zijn dat nog de regels van het oude bestemmingsplan, die als tijdelijk deel in het omgevingsplan staan. Let daarbij op de bestemming, het bouwvlak, de goot- en bouwhoogte en de maximale oppervlakte. Past het plan, dan moet de gemeente de vergunning voor dat onderdeel verlenen en kun je hem direct aanvragen. Een principeverzoek is dan hooguit nuttig als een regel ruimte laat voor interpretatie, bijvoorbeeld een eis over welstand of over een “goede ruimtelijke inpassing”.

Wie art. 22.27 gebruikt, toetst aan het bestemmingsplan met de begrippen en meetregels van dat plan, niet die van de bruidsschat. Dat verschil staat uitgewerkt in artikel 22.27 bruidsschat: welke begrippen gelden waar?

3. Welke regel staat het plan in de weg?

Past het plan niet, dan is het principeverzoek het moment om dat te bespreken. Zo'n verzoek is sterker als je precies weet waar het knelt: welk artikel, welke maat en hoeveel je erboven zit. “Mag ik een aanbouw van 30 m²?” levert een algemeen antwoord op. “Het plan overschrijdt de maximale goothoogte van 3 meter uit artikel 10.2.2 met 40 centimeter, om deze reden” geeft de behandelaar iets om op te beslissen.

Wat je indient

Gemeenten vragen niet allemaal hetzelfde, maar dit staat bijna altijd op de lijst:

  • het adres en een korte omschrijving van het plan;
  • de bestaande situatie, met foto's;
  • wat je wilt bouwen of veranderen, met globale maten;
  • een situatietekening met de perceelgrenzen, de bestaande bebouwing en het nieuwe bouwwerk, met afstanden tot de erfgrens;
  • een schets of plattegrond en, als het om hoogte gaat, een doorsnede of aanzicht;
  • een onderbouwing: welke regel het plan in de weg staat en waarom afwijken hier aanvaardbaar is, bijvoorbeeld omdat de buren er geen last van hebben of het straatbeeld niet verandert.

Een volledige bouwtekening is nog niet nodig, maar de situatietekening wel. Daarop beoordeelt de behandelaar waar het bouwwerk komt ten opzichte van de erfgrens, de straat en de woning. Een tekening op schaal met kadastrale grenzen voorkomt een vraag om aanvulling.

Wat het antwoord betekent

De gemeente antwoordt positief, positief met voorwaarden, of negatief. Een positief antwoord is geen vergunning. Je moet daarna nog een aanvraag indienen, en die wordt volledig getoetst, ook aan de regels voor bouwtechniek en, bij een afwijking van het omgevingsplan, aan de eisen die daarvoor gelden. Is het antwoord negatief, dan weet je dat een aanvraag weinig kans maakt. Het verbiedt je niet om toch aan te vragen.

Kosten en doorlooptijd verschillen per gemeente. Veel gemeenten rekenen leges voor een principeverzoek; dat staat in hun legesverordening. Kijk het na voordat je indient.

Wanneer een principeverzoek geen zin heeft

  • Het plan is vergunningsvrij. Dan is er niets om aan te vragen.
  • Het plan past binnen de regels van het omgevingsplan. Dan kun je beter direct aanvragen; de toets is dezelfde en je bespaart een stap.
  • Je wilt alleen weten welke regels gelden. Die staan in het omgevingsplan en zijn op te zoeken. Gebruik een principeverzoek voor wat de regels niet beantwoorden: of de gemeente wil afwijken.

Beantwoord de eerste drie vragen zelf, in een paar minuten

De vergunningscheck rekent uit of je plan vergunningsvrij is onder art. 22.36 en loopt art. 22.27 met je langs. Past het niet, dan toetst de beleidsassistent het plan aan de regels die op het adres gelden en noemt de regel die knelt, met het artikel erbij. Die uitkomst exporteer je als memo voor je onderbouwing.

Start de gratis check

Voor de situatietekening bij het verzoek kun je de situatietekening-tool gebruiken: je zet de kadastrale grenzen en bestaande gebouwen op schaal en tekent het nieuwe bouwwerk erin. Wanneer er ondanks een kloppende berekening toch een vergunning nodig is, lees je in toch een vergunning nodig ondanks art. 22.36.

Benieuwd wat er op een specifiek perceel mag?

De check rekent dit hele verhaal automatisch door voor elk adres: gratis, met het wetsartikel bij elke stap.